Tattoo

Een half jaar na mijn eerste Camino verschoof er iets in mij. Ik had de heimwee naar Galicië wat los kunnen laten en ik had voor mezelf uitgemaakt dat ik voor de rest van mijn leven een pelgrim zou blijven. Het afgelopen jaar was zo'n groot kantelpunt geweest dat ik dat zichtbaar wilde maken. En de manier waarop, dat was een tatoeage.

In mijn omgeving, vriendenkring, familie zijn er amper mensen met een tattoo. De gangbare consensus in mijn wereldje was dat je je eigen lichaam niet laat verminken. En toch vond ik het goed symbool. Een zichtbaar teken dat mijn leven in twee helften splitst. De helft voor en de helft na mijn Camino. De eerste veertig jaar, en wat er daarna nog komen zou.

Samen met mijn tattoo artist kwam ik tot twee symbolen. Langs links een Jacobskruis in een rechtopstaande Jacobsschelp. Langs rechts een Triskel in een paar gespreide vleugels. De schelp staat zelfzeker rechtop, in tegenstelling tot de hangende schelp die meestal gebruikt wordt op de Camino. Links de Christelijke erfenis, rechts de heidense erfenis. Links Water en Vuur; rechts Lucht en Aarde. Links een eeuwenoude combinatie van symbolen van de apostel Jacobus; rechts een nieuwe visualisatie: denken, voelen, doen en Zijn. Links de vrouwelijke schelp en het mannelijke kruis; rechts de mannelijke vleugels en de vrouwelijke Triskel.

Alles in balans, zoals het moet zijn.

De reactie van mijn omgeving zegt meer over die mensen dan over mij, natuurlijk. Er was zelfs een bankier die iets mompelde als "Ja, tegenwoordig is dat de mode hé." Mijn vader en mijn zus vonden het maar niks. Mijn zus heeft dat een keer een beetje verhuld laten vallen en daarna heeft ze mij verder behandeld als vroeger: als haar enige en liefste broer. Mijn vader had wat meer nodig. Hij is stuk of twintig keer terug gekomen op het onderwerp en heeft zijn afkeuring duidelijk laten blijken, maar daarna was het voor hem ook genoeg en heeft hij zich er over gezet. Nu is het voor hem ook geen onderwerp meer en behandelt hij mij ook zoals vroeger: als zijn enige liefste zoon.

Ook mijn kinderen vonden het maar niks. En dat is nu net een mooi leermoment. Ik kan hen vertellen dat mijn vader mij blijft steunen, ook als ik iets doe wat hij niet graag heeft. En dat ik hen ook altijd zal blijven steunen, ook als zij iets doen wat ik niet graag heb.